November diabetes maand

November staat in het teken van diabetes en daarom besteden wij extra aandacht aan suikerziekte bij huisdieren. Die aandacht is hard nodig: nog steeds neemt de ziekte toe! In Nederland wordt geschat dat 1 op de 500 honden diabetes heeft.
 
Diabetes mellitus is beter bekend als suikerziekte. Het is een aandoening waarbij er problemen ontstaan met het reguleren van het suikergehalte (glucose) in het bloed. Bij suikerziekte is het glucosegehalte in het bloed verhoogd. Dit komt doordat de alvleesklier te weinig of geen insuline aanmaakt of wanneer de lichaamscellen ongevoelig worden voor de insuline. Diabetes kan ongeacht leeftijd, geslacht of ras voorkomen bij alle honden en katten.
 
Suikerziekte is vaak niet te genezen maar bij tijdige diagnose kan de ziekte goed worden behandeld. Het is daarom belangrijk dat u de symptomen van de suikerziekte bij uw kat of hond leert herkennen. Bekende symptomen van suikerziekte bij honden en katten zijn onder andere:
  • Overmatig dorst
  • Overmatig urineren – veel plasjes op een dag, of zijn er misschien 'ongelukjes' in huis 
  • Gewichtsverlies of juist toename
  • Lusteloosheid - minder actief/ slaapt meer 
  • Cataract (wazige witte gloed op het oog)
  • Zwakte van de achterpoten – wordt vaak bij katten gezien
Herkent u de symptomen bij uw huisdier of twijfelt u? Neem dan altijd contact op. 
 

Hoe wordt suikerziekte vastgesteld? 

Wanneer u met uw dier met deze symptomen bij de dierenarts langs gaat kan de dierenarts aan suikerziekte denken. 
 
De dierenarts zal in de meeste gevallen eerst vragen om wat urine op te vangen, waarop een bloedonderzoek volgt. Is de waarde van glucose in het bloed en urine te hoog, zal er om het zeker te weten nog een ‘fructosamine test’ gedaan worden. Deze waarde geeft in het bloed aan dat er langere tijd een te hoge glucose waarde in het lichaam aanwezig is. 
 

Mijn huisdier heeft suikerziekte, wat nu?

Allereerst krijgt uw dier een nieuwe voeding. Dit is een dieetvoeding die zorgt dat de glucose in de voeding geleidelijk afgegeven wordt aan het lichaam. Uw huisdier moet dit tweemaal per dag eten op vaste tijden en ook dezelfde porties per keer. Op deze manier wordt de schommeling in het glucosegehalte zo veel mogelijk beperkt. 
 
Daarnaast zal uw hond of kat behandeld moeten worden met insuline. Insuline zorgt ervoor dat het glucose niveau naar een gezond niveau daalt. De insuline moet tweemaal per dag gespoten worden met een tussentijd van 12 uur. Het is belangrijk dat u dit altijd vlak na het eten doet. 
In het begin zult u geregeld met uw huisdier langs moeten komen om het glucosegehalte te controleren zodat de juiste dosering van de insuline bepaald kan worden. Is het glucose niveau stabiel dan zullen de tussenposes van de controles steeds langer zijn. 
 

Gratis glucose test

In november kunt u urine van uw huisdier langs brengen om het glucosegehalte van uw huisdier te laten bepalen. Dit is het liefst een zo vers mogelijke urinemonster en kan bij de balie afgegeven worden. Later op de dag kunt u bellen voor de uitslag. 
 

Hoe vang ik urine op?

Hond

Wanneer de hond plast kunt u de urine opvangen in een potje. Gebruik altijd een schoon en goed afsluitbaar potje. Gebruik het liefst geen potje waar iets zoets in heeft gezeten zoals jam, dit kan de test beïnvloeden. 
 
Sommige honden zullen weglopen op het moment dat u dichterbij komt met het potje. Bij deze dieren kan het handig zijn om met een soeplepel of juslepel (eventueel langer gemaakt door deze aan een stok te binden) de urine van een afstandje op te vangen.
 

Kat 

Zorg ervoor dat de kattenbak die u wilt gebruiken brandschoon is. Sop hem uit en spoel hem daarna meerdere keren grondig uit, zodat er geen resten schoonmaakmiddel achterblijven. Omdat de meeste katten niet op een lege bak willen, kunt u deze op de volgende manieren vullen:
  • Met in repen geknipte plastic zakken of vuilniszakken
  • Met speciale korrels (Katkor) die niet absorberend zijn. Als de kat geplast heeft, kunt u de urine opzuigen met de bijgeleverde pipet. In het pakketje zit ook een buisje waar u de urine in kunt doen.