Antibiotica

Antibiotica zijn middelen die gebruikt worden om bacteriën te doden of om bacteriële groei te remmen. Het is tot op heden niet mogelijk om virussen adequaat te behandelen. Bestrijding van virussen wordt voornamelijk vooraf gedaan met behulp van entingen. Meestal worden deze ingezet bij behandeling van zieke mensen of dieren.
Antibiotica is een verzamelnaam, er zijn meerdere groepen van antibiotica die volgens verschillende methoden werken. Bij zieke dieren is het vaak het dier zelf wat de bacteriën zal moeten bestrijden, antibiotica helpen het dier hierbij. Het behandelen van dieren met antibiotica is dus alleen een ondersteuning en niet de complete oplossing.

De laatste jaren ligt er een sterke nadruk op reductie van het gebruik van antibiotica in de veehouderij. Er is dan ook een en ander bereikt, en er zal in de toekomst een sterke focus blijven op verantwoord gebruik. Wij zien wel een aantal knelpunten in het gebruik waar wij nog aandacht voor willen vragen. Enkele van deze punten worden hier verder uitgewerkt >

Belangrijk bij het kiezen van een behandeling met antibiotica is de kennis vooraf. Indien mogelijk zul je moeten weten welke bacterie met welke gevoeligheid bestreden moet worden en in welk orgaansysteem deze bacterie zich bevind. Hiertoe nemen we meer en meer monsters om een antibiogram te nemen, maar ook wordt de werkzaamheid van verschillende middelen per bedrijf beter gedocumenteerd. Met name dit laatste heeft grote voordelen omdat hierdoor een inzicht verkregen wordt in de te verwachten werkzaamheid van middelen voordat de laboratorium onderzoeken bekend zijn.
Behandel tijdig!
Het uitstellen van een behandeling is een goede manier om de kansen van genezing te verlagen. Je kunt je voorstellen dat het dier beter reageert op een infectie als deze nog niet zo groot is, en dat antibiotica beter aanslaan in een normale omgeving tegenover een slecht doorbloed ontstoken orgaan.

Behandel niet te kort
We zien helaas nog te vaak een eenmalige behandeling waarbij de opmerking komt, het dier ziet er al veel beter uit hij redt het zelf wel weer. Wat hierbij fout gaat is het volgende: je dood een groot deel van de bacterien (bij voorbeeld 90%) waardoor het dier zich veel beter voelt. De overgebleven 10% is echter wel de groep die het antibioticum heeft weerstaan. Als het dier er niet in slaagt op eigen kracht beter te worden is bij een volgende behandeling het antibioticum veel slechter werkzaam (de 10% is weer gegroeid en vormt nu weer 100% maar kan beter tegen behandeling). Het is daarom noodzakelijk om behandeling voldoende lang door te voeren om ook de laatste 10% zo veel mogelijk te doden om resistente ontwikkeling te voorkomen.

Behandel in de juiste dosering
Door te laag te doseren krijgen bacterien de mogelijkheid om zich te wapenen tegen het antibioticum, je werkt resistentie in de hand. Onder dosering kan ook een gevolg zijn van ongelijke dosering, iets wat bij behandeling over het voer snel kan ontstaan. Bij behandeling over drinkwater is dit effect al minder (zieke dieren eten eerst minder alvorens ze minder gaan drinken). Dit treedt het minst op bij behandeling per injectie, je weet dan precies wat welk dier krijgt. Overdosering kan bij enkele middelen grote nadelen hebben, tot sterfte aan toe. Hou je daarom aan de bijsluiter.

Kies een middel wat geregistreerd is voor het diersoort en de ziekte
Daardoor is bekend welke werking er is en is een goede inschatting te maken van de mogelijke effecten. Kies een middel wat voor de te behandelen aandoening goed werkt zonder te grote nadelen van resistentie opbouw. Behandel dieren niet met meerdere antibiotica gelijktijdig die elkaar niet versterken. Bijvoorbeeld door een antibioticum wat groei remt niet te combineren met een antibioticum wat bacteriën doodt bij het groeien.

Bij twijfel: overleg!
Last but not least: Overleg bij twijfel altijd met de begeleidende dierenarts, deze heeft inzicht over dierziektes, resistentie patronen en heeft diergeneesmiddel specifieke kennis die tot betere inzichten kunnen leiden. Onze dierenkliniek is erop gericht om in overleg met de veehouder een zo goed mogelijke keuze te maken op diergezondheids gebied, maar ook op maatschappelijke en bedrijfseconomische gronden.