Drachtig

Een spannende tijd, zeker als het voor een eigenaar de eerste keer is dat zijn of haar merrie gaat veulenen. Het is allemaal vorig jaar begonnen: de hengst uitkiezen, de merrie laten dekken, nog een keer, want ze worden niet altijd direct drachtig. En dan het lange wachten.

11 maanden draagtijd, waarbij een merrie makkelijk kan overdragen (4-5 weken overtijd) zonder dat je ingrijpt. Meestal zijn de merries 1 of 2 keer gescand en weten we dat de grootte van het vruchtje past bij de dekdatum. De laatste maanden krijgt de merrie vaak nog een speciale brok, omdat het veulen dan het meest in gewicht toeneemt en omdat de merrie opuiert. De uier wordt groter, bloedvaten en melkklieren ontwikkelen zich, de biest (eerst melk) wordt gevormd, wat zich vlak voor de geboorte ook nog tekent als harsachtige puntjes melk uit de tepels: kegelen.

Het veulen ligt gedurende de dracht comfortabel in de baarmoeder in twee grote vliezen. De pootjesblaas ligt direct om het veulen en de waterblaas ligt weer om de pootjesblaas: een ballon in een ballon gevuld met vruchtwater. De waterblaas ligt gedurende de dracht direct in contact met de baarmoeder. Dit is de plaats waar het veulen via de navelstreng zuurstof en voedingsstoffen krijgt.

Het is verstandig om de merrie gedurende de laatste maand van de dracht haar eigen stal te geven met ruim voldoende schoon strooisel. Ook moet je goed controleren of er geen scherpe of uitstekende delen aan de wanden van de box zijn. Een merrie die aan het veulenen is kan erg onrustig zijn .

Als het zover is – de merrie is uitgerekend, heeft een schone, ruime stal, de uier is goed ontwikkeld en al 24 uur aan het kegelen, de banden in het bekkengebied verslappen – kan het beginnen! De weeën beginnen, de merrie wordt onrustig, de baarmoeder trekt samen en de ontsluiting van de baarmoedermond begint. Na verloop van tijd breekt het eerste vlies en begint de uitdrijving. Dit kan allemaal nog staand gebeuren. Later in deze fase zal  de merrie zich neerleggen om de weeën te ondersteunen met persen. Bij deze actie zal vaak het tweede vlies breken en zijn de pootjes en misschien later het snuitje van het veulen zichtbaar.

Het is goed om bij de hele geboorte aanwezig te zijn. Meestal gaat alles goed en hoeft u niet te helpen. U kunt dan op een gepaste afstand toekijken. Soms is er wel hulp nodig: als er bijvoorbeeld een pootje verkeerd ligt of er te weinig ruimte achter de merrie is. Dit moet dan ook snel gebeuren, omdat het persen met veel kracht gepaard gaat.

De uitdrijving duurt meestal 15 minuten tot een half uur, waarbij het veulen wordt geboren. Het veulen zit vaak in het begin nog vast aan de placenta via de navelstreng. Hier hoeft u niks aan te doen, de navelstreng breekt vanzelf. Wel is het goed om de navel met jodium te ontsmetten.

Het veulen dient binnen één uur te staan en binnen twee uur te hebben gedronken. Dit is heel belangrijk en essentieel voor de gezondheid van het veulen. Ook moet de nageboorte van de merrie er binnen twee uur af zijn. Deze moet in zijn geheel zijn afgedreven zonder rare scheuren. Als hier wat fout gaat, is het verstandig om contact op te nemen met uw dierenarts. Bewaar in dit geval de nageboorte voor controle. Wanneer het veulen staat, goed drinkt, naveltje ontsmet is en de merrie haar nageboorte heeft afgedreven, kunt u terugkijken op een geslaagde geboorte.

Ter voorbereiding is het belangrijk dat de merrie in goede conditie is, goed ontwormd en gevaccineerd tegen influenza en tetanus. Ook kun je een merrie tegen rhinopneumonie vaccineren, maar dit vergt een intensief entschema en moet je goed met je dierenarts overleggen.